Nieuwe rol voor de burger

Na het aandachtig luisteren naar de gastsprekers gaat iedereen weer recht op zijn stoel zitten. Het podium wordt ingewisseld voor de verschillende tafels waar de deelnemers het gesprek met elkáár aangaan tijdens de mix-max. Welke vragen zijn onbeantwoord gebleven? Naar welke antwoorden worden gezocht?

“Wat moet je doen om de omgevingswet te laten slagen?” vraagt Els Kroese (PvdA) aan tafel één. “Hoe maak je alle initiatieven mogelijk zonder dat je daarbij tegen de juridische grenzen aanloopt?” Aan tafel wordt beaamd dat het lastig is om de verschillende belangen – die van de burger en de overheid – te behartigen, mede doordat het laatste woord vaak bij de rechter ligt. Piet Wildschut van de omgevingsdienst Noord-Holland: “Hoe zorgen we er nou voor dat de overheid écht de stem wordt van de kwetsbare burger, van de zwijgende minderheid?”

Participatie
De kracht bij de burger leggen. Het is hetzelfde thema dat ook aan tafel elf wordt besproken. Daar zit Thomas Hartog, stagiair bij de beleidsafdeling van de gemeente Haarlem. “Er wordt veel vertrouwen bij de burger gelegd,” zegt hij. Natuurlijk ziet hij de voordelen daarvan in, maar tegelijkertijd stelt hij zichzelf de vraag of de burger daar wel genoeg tijd voor heeft.” Hij vervolgt: “In hoeverre moet je naar de verschillende leefsituaties van de burgers kijken? Waar spelen hun sociale activiteiten zich af?”

Aan de tafels zijn kritische geluiden te horen, maar tegelijkertijd klinkt de wil om de nieuwe Omgevingswet te doorgronden. Want dat deze Omgevingswet er komt is duidelijk. Het gaat er nu vooral om deze zo snel mogelijk eigen te maken. Gerd de Kruif (van tafel elf) kent zeer geslaagde voorbeelden van burgerparticipatie. “In Hellendoorn speelde de kwestie van betaald parkeren in het centrum”, zegt de Kruif. “Uiteindelijk hebben we het zelf aan de bewoners overgelaten. De burgers hebben een plan gemaakt en daarna de overheid laten participeren. Beetje extreem misschien, maar inhoudelijk wel een goed plan.”

Dromen en idealen
Vervolgens is het tijd om de besproken vragen voor te leggen aan de gastsprekers. De dagvoorzitter gaat keurig één voor één alle tafels langs. Aan tafel tien wordt de vraag gesteld hoe je de minder mondige burger bij dit nieuwe proces kan betrekken. “Precies, dat is een vraag waar we allemaal mee worstelen”, zegt gastspreker Kristel Lammers (Vereniging Nederlandse Gemeenten). “Een oplossing is naar de mensen toe te gaan, al die verschillende burgers bewust op te zoeken. Vragen te stellen als: ‘Wat zijn uw zorgen? Uw dromen en idealen?’ Zogenaamde stadmariniers hebben daar bijvoorbeeld veel ervaring mee.”

Het gaat erom voelsprieten te creëren.

Gastspreker Andries van den Broek van het Sociaal Cultureel Planbureau reageert: “In Rotterdam is er onder leiding van burgemeester Aboutaleb een grote rol voor de burgers weggelegd. Burgerparticipatie, daar heb ik slapeloze nachten van gehad”, grapt hij. Dagvoorzitter Thijs Homan reageert: “Maar dan zijn de burgers wél betrokken!” Gelach klinkt vanuit de zaal. Maar Homan spreekt verder: “Het gaat erom voelsprieten te creëren. Hoe gaan we op een sympathieke manier het gesprek met onze burgers aan?”

Omdenken
Bij tafel negentien staat iemand op: “De omgevingsvisie is gericht op ontwikkeling. Maar hoe zorg je ervoor dat de economische motieven niet te belangrijk worden?” Van den Broek antwoordt: “Belangrijk is dat we ons afvragen wat voor gemeenschap we willen worden. Hoe richten we onze stelsel in? Ergens moet de afweging tussen economische belangen en andere waarden gemaakt worden. Met het opstellen van de omgevingsvisie moet daarmee rekening worden gehouden.” Gastspreker Wim Tijssen van Gemeente Tilburg voegt daar nog aan toe: “Zoek de mensen op. Wat vinden de burgers belangrijk? Omdenken is mijn advies!”

Nynke Sietsma
Voeg toe aan selectie