Workshops in vogelvlucht

Hoe kun je met ‘nudges’ gedrag veranderen? Hoe reageren je hersenen op nieuwe werkmethodes, zoals degene die nodig zijn voor de Omgevingswet? En wat is eigenlijk de meerwaarde van de nieuwe Omgevingswet? Tijdens de workshops komen zeer uiteenlopende onderwerpen aan bod. In vogelvlucht lopen we langs.

Liza Luesink van Duwtje is druk aan het vertellen over kleine ‘nudges’ die gedrag bij burgers kunnen veranderen. Soms hebben we namelijk een klein duwtje nodig om dingen beter te doen, zoals goed parkeren. 

Zo helpt een afbeelding van een paar ogen op een verkeersbord bijvoorbeeld tegen fout parkeren, ook al weet de automobilist ergens wel dat het geen echte ogen zijn die meekijken. “Net als spiegels die zijn opgehangen in openbare ruimtes. Het zijn geen wondermiddelen en toch dragen ze bij aan de vermindering van criminaliteit.” 

Vertrouwen kweken
Op naar de volgende workshop: die van Robbert Veldhuizen en Wendy Reinders van de Belastingdienst. Daar zitten acht mensen aandachtig te luisteren. Het gaat onder meer over vertrouwen. Eerder vertelde Veldhuizen in zijn toespraak dat toen er binnen de Belastingdienst werd gevraagd aan medewerkers of er verandering moest komen, bijna iedereen daar mee instemde. 

“Toen zijn we mensen gaan helpen met veranderen. Een verandering ontstaat door samenwerking. Die voer je niet zomaar door. Het is belangrijk om mensen die langdurig werkzaam zijn bij de Belastingdienst bij die veranderingen te betrekken. En ook de top binnen de organisatie moet erbij betrokken worden.” 

Vallen en opstaan
Ruud Stevers pakt zijn workshop interactief aan. Hij heeft sheets gemaakt en stelt de deelnemers voor een keus. “Als het gaat om de totstandkoming van veranderingen: kies je dan voor een formele structuur en maak je een context waardoor mensen zich wel anders móeten gedragen? Of investeer je in de bedrijfscultuur en werk aan betekenisgeving?” 

De deelnemers kiezen allemaal voor het laatste, al is er iemand bij die de eerste optie niet volledig uitsluit. Stevers vertelt dat ze binnen Rijkswaterstaat hebben gekozen voor de tweede aanpak, maar dat het een proces was van vallen en opstaan. “Het was echt investeren, investeren, investeren.” Stevers legt uit dat de organisatie zich op een bepaald moment de vraag heeft gesteld ‘voor wie doen we het eigenlijk en wat hebben we daarvoor nodig?’ “Dat hielp.”   

Voor wie doen we het eigenlijk en wat hebben we daarvoor nodig?

‘Geen goed en fout’
Kristel Lammers van de Vereniging Nederlandse Gemeenten gaat straks met de deelnemers aan haar workshop een kwadrantenoefening doen, om te laten zien welke perspectieven er op de Omgevingswet kunnen zijn. "Er is geen goed en fout", benadrukt ze vooraf. 

Op de projector laat ze wat vragen zien die gemeenten zichzelf kunnen stellen, voor ze invulling gaan geven aan de Omgevingswet. "Wat voor gemeente wil je zijn?" Iemand reageert twijfelachtig: "Krijg je daar echt reactie op, als je dat vraagt aan een ambtenaar?" 

"Misschien niet meteen", zegt Lammers. "Dus dan moet je doorvragen. Het antwoord is ook sterk afhankelijk van hoe je gemeente eruit ziet. Zit je in een stedelijke of plattelandsomgeving? En zijn er veel hoogopgeleide, zelfstandige burgers of is er juist veel afhankelijkheid?" Het antwoord op dit soort vragen kan helpen bij de vraag of je een gelijkmatige overgang wil van de huidige situatie naar de Omgevingswet, of dat je radicalere keuzes maakt.

Tegenstrijdige belangen
Als we binnenvallen bij de workshop van Alliander gaat het over de verschillende en soms tegenstrijdige belangen die burgers, overheden, bedrijven en andere organisaties kunnen hebben. "Het is dus zaak om echt door te vragen, zodat je erachter komt wat die belangen zijn", zegt workshopleider Jack Burema. 

Hij haalt het voorbeeld aan van een windmolenpark in een buitengebied waar eerst nogal wat weerstand tegen was. "Toen er werd doorgevraagd bleek dat de bewoners graag glasvezel wilden hebben en, nadat dat was beloofd, verdween de weerstand." 

Bij de workshop van Hollands kroon wordt een heus rollenspel gespeeld om de verschillende belangen van burgers, overheden en bedrijven te illustreren. Recreatievoorzieningen, natuurorganisaties en een boze burger, het komt allemaal langs.

Afdakje bouwen
Bij woningcorporatie Woonwaard hebben ze in hun nieuwe beleidsvisie de nadruk meer gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van bewoners. "Burgers moesten hier wel aan wennen", vertelt Pierre Sponselee, van de woningcorporatie. "We kregen best wat boze brieven. Wat heeft geholpen is dat we met veel van de klagers zijn gaan praten. In die gesprekken bleek al snel dat burgers het ook heel prettig vinden dat ze dankzij deze visie ook meer vrijheid krijgen: bijvoorbeeld om zonder toestemming dat afdakje te bouwen." 

Als burger verzuip je op een gegeven moment in de zaken waar je zelf een bijdrage aan moet leveren...

"Maar waar houdt die participatie op", vraagt een workshopdeelnemer. "Als burger verzuip je op een gegeven moment in de zaken waar je zelf een bijdrage aan moet leveren: op school, bij de sportclub. Waar ligt de grens?" De vraag blijkt voer voor discussie, want ook Sponselee heeft geen eenduidig antwoord. "Wij zoeken hier ook naar: het is logisch dat je je eigen achterom veegt, maar wat doe je als er problemen zijn met de buren?" 

Bovenkamers
Bij de workshop ‘Bovenkamers’ van Anjo Travaille staat letterlijk onze bovenkamer centraal. Op welke manier gaan onze hersenen eigenlijk om met nieuwe werkmethoden zoals de Omgevingswet? Travaille gaat zeer gedetailleerd te werk. Zintuigen, geheugen, pijn, angst, winst: als die hersenprocessen dragen bij aan hoe we reageren op de introductie van iets nieuws.

Travaille: “Als je de Omgevingwet presenteert als iets compleet nieuws, dan reageren de meeste mensen daar angstig op. Dat is een risico. Beter is het om de introductie op te delen, in te spelen op waar de mensen al bekend mee zijn.” 

Daarbij speelt ook de sociale norm een rol: wanneer je de eerste bent die gaat staan dan is het moeilijk. Maar gaan er meer mensen staan dan is het al veel makkelijker. “Wat dat betreft zitten onze hersenen nog vast in oude patronen terwijl onze omgeving extreem complex is geworden,” zegt Travaile. Met de introductie van de Omgevingswet is het dan ook van belang rekening te houden met deze oeroude denkpatronen.

Vroeger was er een soort stammenstrijd gaande in de catacomben waarbij een visie werd ontwikkeld. Nu ligt de invloed meer bij de mensen.

Het hogere doel
Helemaal achterin de zaal zit Hans Alberse met de workshop ‘Gemeenteraden’. Daar breekt Alberse samen met zijn deelnemers de hersenen over de vraag wat nou eigenlijk het motief is van de Omgevingswet. “Wat willen we hiermee bereiken?” vraagt Alberse zich af. ‘Wat is het hogere doel?’ 

Een man somt een paar voordelen op: “Het is eenvoudig beter. Er zijn minder regels. Er moet meer samenspraak zijn.” Alberse knikt maar vraagt door: “Maar wat is de hoger liggende wáárde?” Een andere man aan de ronde tafel antwoordt: “Meer ruimte voor initiatief.”

Alberse licht alvast een tipje van de sluier op. Volgens hem is de functie van de raad met introductie van de Omgevingswet vooral die van procesbeheerder. De raad stuurt niet zozeer de inhoud, maar controleert of het democratisch proces is gevolgd. Iemand anders reageert: “Vroeger was er een soort stammenstrijd gaande in de catacomben waarbij een visie werd ontwikkeld. Nu ligt de invloed meer bij de mensen.” En zo zijn we weer terug bij de oeroude denkpatronen van Travaille terwijl we ons midden in een zeer complexe omgeving bevinden. De Omgevingswet moet het in ieder geval een beetje gemákkelijker maken. 

Voeg toe aan selectie